Musica Transalpina

In mei 2005 werd het programma Musica Transalpina uitgevoerd in Leeuwarden en Groningen.

Het programma Musica Transalpina bestaat louter uit geestelijke composities van Italiaanse componisten uit de katholieke traditie. Er wordt een beeld geschetst van de rijke muzikale traditie in Italië, beginnend bij de indringende harmoniek van Gesualdo en eindigend bij het overweldigende Requiem dat Pizzetti toonzette. Het is verrassend om te horen hoe elke componist zijn geheel eigen stijl heeft om zijn muzikale ideeën voor het voetlicht te brengen. Tegelijkertijd is te horen dat Verdi teruggrijpt op oude muzikale structuren en Pizzetti in zijn Requiem gebruik maakt van Gregoriaanse melodieën. Gesualdo was met zijn verrassende harmonische wendingen zijn tijd ver vooruit. Hij maakt veelvuldig gebruik van tertsverwantschap in zijn werken, wat we drie-en-een-halve eeuw later weer terugzien bij Debussy.

Voor de volgorde van de stukken is gekozen voor een chronologische opbouw, maar ook een niet-chronologische opbouw had moeiteloos gekund! Gesualdo dankt zijn bekendheid als componist voor een groot deel aan zijn roerige privé-leven. Als jongen had hij geen andere interesses dan het bespelen van de luit en het klavecimbel en zingen met andere jongens. Als tweede zoon van een regerend vorst kon hij zich volledig met zijn hobby’s bezighouden, maar toen zijn oudere broer Luigi overleed moest er worden getrouwd en een erfopvolger geproduceerd. In 1586 huwde hij zijn dertigjarige nicht Donna Maria d’Avalos, die al twee maal weduwe was. Er kwam een zoon en Gesualdo verlegde zijn aandacht weer naar de muziek en de jongens. Door haar schoonheid kostte het Donna Maria weinig moeite snel een jonge minnaar te vinden. Het werd Don Fabrizio Carafa, hertog van Andria, die zelf getrouwd was en vader van vier kinderen. De affaire kwam uiteindelijk Gesualdo ter ore en op 16 oktober 1590 betrapte hij zijn vrouw en haar minnaar in elkaars armen in bed, waarna hij hen vermoordde. Vanwege zijn positie kon Gesualdo niet terechtstaan, maar de gebeurtenis greep hem wel zo aan dat hij manisch depressief werd. In 1594 trouwde hij opnieuw, nu met Eleonora d’Este, het nichtje van de hertog van Ferrara, welke laatste liever – bij gebrek aan een opvolger – zijn bezit in handen zag komen van Gesualdo, dan dat het zou toevallen aan de paus. Gesualdo had zijn bruid nog nooit gezien; hij trouwde dan ook vooral met haar omdat het hof van haar oom muzikaal zo veel te bieden had. Ook dit huwelijk was geen succes, al werd er een zoon geboren. Gesualdo’s talrijke affaires met personen van beide geslachten en Eleonora’s pogingen om tot een echtscheiding te komen – waar ze toch maar weer vanaf zag – onderstrepen dat. In muzikale zin wierp het huwelijk wel zijn vruchten af. Door zijn kennismaking met de hoogstaande muziekcultuur van het hof van de d’Estes werd Gesualdo enorm gestimuleerd om te componeren en al snel kwam zijn eerste bundel madrigalen uit. Na enige jaren namen de depressiviteit, de agressie tegen zijn vrouw en de overspeligheid weer toe.

Veel van de teksten die Gesualdo op muziek zette kunnen gezien worden als een spiegel van zijn getormenteerde ziel. Dit is ook evident in de religieuze thema’s die hij koos voor zijn motetten O vos omnes en Tribulationem et dolorem uit 1605 die verhalen over berouw, zelfverachting en smeekbedes van een zondaar, gericht aan de heilige maagd Maria en de heilige Franciscus. De beide motetten van Monteverdi stammen uit 1620. Monteverdi bewerkte de standaardtekst van Adoramus Te zó dat de nadruk op de laatste regels komt te liggen. Melodisch en dramatisch doen ze enigszins denken aan het madrigaal van Thomas Morley Weep o mine eyes uit 1599. Het is niet ondenkbaar dat Monteverdi dat gekend heeft. Cantate Domino is opgebouwd uit zes strofen die vrij gebaseerd zijn op Psalm 96 en Psalm 98 die Gods overwinning op de vijanden van Israël vieren. Hij borduurt hier voort op een vroegere madrigaal van zichzelf: Ecco mormorar l’onde (1590) en brengt de madrigaalstijl van echo’s en het geven-en-nemen tussen de zes zangstemmen over op dit motet. Lotti, van wie vermoed wordt dat hij in Venetië geboren werd, leefde en werkte voor het grootste gedeelte daar en werd in 1736 benoemd tot ‘Maestro di Capella’ van de San Marco. Onder zijn vruchtbare oeuvre is een groot aantal geestelijke werken welke werden geroemd om het meesterschap in contrapunt en de elegantie waarmee de verschillende stemmen werden vormgegeven. Ondanks dit gegeven is Lotti heden ten dage slechts bekend om zijn zetting van het achtstemmige Crucifixus, dat een gedeelte is uit een Credo dat Lotti componeerde tijdens zijn aanstelling aan het hof van Dresden (1717-1719). Deze versie wordt nu gezongen maar er bestaat ook een zesstemmige en een tienstemmige versie van het Crucifixus. In 1857 schreef Rossini het O salutaris hostia. Hij was toen al met pensioen en componeerde nu en dan, alleen voor zijn eigen plezier (zoals in dit geval), of op aandringen van zijn vrienden. Het manuscript van O salutaris hostia bevat het bovenschrift “Petit souvenir offert à mon ami J. Ortigue”. Deze Ortigue was een muziekcriticus, student kerkmuziek en medeoprichter van het blad voor kerkmuziek ‘La maîtrisse’. Het motet van Rossini werd in 1857 gepubliceerd in het decembernummer van dit blad. Het unieke motet Ave Maria van Verdi is een muzikaaltechnisch hoogstandje. De compositie is gebaseerd op een cantus firmus die bestaat uit een stijgende en een dalende lijn. Deze cantus firmus was uitgegeven door een krant met als uitdaging deze te harmoniseren. Verdi geeft deze cantus firmus de titel “Scala enimatica.” De scala wordt door alle vier de stemmen gezongen op de tekst Ave Maria. Het is verrassend hoe harmonisch Verdi omgaat met de lastige sprongen die de scala bevat. Het wordt nergens onnatuurlijk of gekunsteld in het stuk en Verdi slaagt erin om een buitengewoon fraai motet te componeren. In groot contrast tot het Ave Maria staan de “Laudi alla Vergine Maria”. Dit stuk is een liefdevolle lofprijzing op de maagd Maria. Het is geschreven voor vierstemmig vrouwenkoor met in elkaar overvloeiende harmonieën en een doelgerichte manier van expressie. Het stuk maakt, evenals het Ave Maria, deel uit van de Quatro Pezzi Sacri. De muziek van Verdi voor het Onze Vader toonzet Dante’s vrije Italiaanse vertaling van de traditionele tekst. Het levert een resultaat op waarin de woorden van Dante kleurrijk worden neergezet. De originele tekst gaf hiervoor minder mogelijkheden. Dit Pater Noster wordt niet veel uitgevoerd hoewel het representatief is voor de muzikale begaafdheid van de componist Verdi. Gedurende zijn hele leven heeft Ildebrando Pizzetti er voor gestreden om uit de schaduw van de oudere Puccini en ook van zijn tijdgenoot Ottorini Respighi te komen. Hoewel zijn orkestrale composities niet konden wedijveren met Respighi’s flair en schilderachtige kleuren en zijn opera’s nooit een zelfde erkenning kregen als die van Puccini, vertegenwoordigen Pizzetti’s a-capellawerken de meest delicate Italiaanse kunst aan het begin van de twintigste eeuw. Tijdens zijn studie aan het conservatorium van Parma bij Giovanni Tebaldini maakte Pizzetti voor het eerst kennis met de klanken van het Gregoriaans en de polyfonie uit de Renaissance, die tot dan toe weinig bestudeerd was in Italië. Deze oude vormen en muzikale expressie vinden we terug in veel van de muziek van Pizzetti en ook in zijn Requiem voor a-capellakoor. In dit requiem, dat wel wordt beschouwd als zijn meesterwerk voor a-capellakoor, citeert hij letterlijk Gregoriaanse thema’s en verwijst hij er regelmatig naar. Het Gregoriaans is een wezenlijk onderdeel van deze compositie. Het werk is opgedragen aan zijn eerste vrouw en heeft een transparantie dat karakteristiek is voor de oude polyfonie. De flexibele toonzetting van de tekst en de artistieke integriteit van Pizzetti inspireerde de belangrijkste Italiaanse criticus van dat moment, Fidele d’Amico tot het doen van de volgende uitspraak: “Chopin is de bode van de expressiviteit op de piano, Ravel bij het orkest en Pizzetti is dat voor de koormuziek”.

Programma: 
Carlo Gesualdo - O vos omnes
Carlo Gesualdo - Tribulationem et dolorem
Claudio Monteverdi - Adoramus Te
Claudio Monteverdi - Cantate Domino
Antonio Lotti - Crucifixus
Gioacchino Rossini - O Salutaris Hostia
Guiseppe Verdi - Ave Maria
Guiseppe Verdi - Laudi alla Vergine Maria
Guiseppe Verdi - Padre nostro
Ildebrando Pizzetti - Requiem
Concertinformatie: 
Zaterdag 21 mei 2005 - 20:00
Zaterdag 21 mei 2005 - 20:00
Koepelkerk, Vredeman de Vriesstraat 24, Leeuwarden
Kaarten
€ 8,- (Normaal); € 6,- (Vrienden van Dualis, 60+, CJP)
Zondag 22 mei 2005 - 14:30
Zondag 22 mei 2005 - 14:30
Nieuwe Kerk, Nieuwe Kerkhof 1, Groningen
Kaarten
€ 8,- (Normaal); € 6,- (Vrienden van Dualis, 60+, CJP)

Concertagenda

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze activiteiten en meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Facebook